Krukkenski’s:

Een krukkenski bestaat uit een elleboogkruk, waaronder een klein skietje met een scharnier is gemonteerd. De elleboogkruk is voorzien van een handvat en een onderarmbeugel. Het miniskietje heeft een lengte van
40-50 cm, een breedte van 7-8 cm en een dikte van ongeveer 2 cm.
Het tussenliggende scharnier zorgt dat de hoek tussen het skietje en
de elleboogkruk verandert bij een andere belasting of houding tijdens het skiën.

Om de juiste lengte van de krukkenski’s te bepalen moet de skiër met de skischoen aan in een goede centrale houding staan; het handvat moet zo ingesteld worden dat het ter hoogte van de heup komt.
De onderarmbeugel zit vlak onder de elleboog. Bij een gevorderde krukkenskiër is de lengte van de krukkenski korter.

Zowel de opklapbare, als de niet-opklabare krukkenski’s hebben een kabeltje vanaf het handvat naar de onderkant van de krukkenski. Door in het kabeltje te knijpen klapt de krukkenski omhoog. Op deze manier kunnen de krukkenski’s dienst doen als gewone krukken. Wordt er opnieuw in het kabeltje geknepen dan klapt het skietje weer naar beneden.
De ski is in hoogte verstelbaar, net als een gewone ski, met een kliksysteem. Het kabeltje moet worden aangepast aan de lengte, het dient strak te staan.


             
Alle gegevens onder voorbehoud van typefouten
Vereniging van Gehandicapte Wintersporters.
Standaardsite gemaakt met website software van Ziber